Kamer - Schriftelijke vraag nr. 0315 van 3 februari 2011 (Koenraad Degroote, N- VA) - afgifte van wapenvergunningen

Ingediend door NicoD op
Informatie
Parlement
Kamer
Datum
Vraagsteller
Koenraad Degroote (NVA)
Vraag

Ingevolge de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (ook "Wapenwet" genoemd), moet men voortaan een aanvraag indienen tot vergunning voor het bezit van wapens. De federale dienst van de gouverneurs zorgt voor deze beslissingen. In West-Vlaanderen duurt het momenteel meer dan drie jaar vooraleer beslissingen genomen worden. Duizenden dossiers liggen er nog in de kast te wachten bij gebrek aan middelen/personeel. Nochtans staat op de webstek van de minister van Justitie dat men probeert deze aanvragen binnen een redelijke termijn op te lossen.

1. Betreft deze achterstand een probleem van één provincie of is dit algemeen?
2. Welke maatregelen werden al dan niet reeds genomen om hier een oplossing aan te geven?
3. a) Welke mogelijkheden staan de aanvrager ter beschikking wanneer hij onredelijk lang op een antwoord moet wachten? b) Mag hij bijvoorbeeld al een wapen bezitten?
4. Wat ziet u als een redelijke termijn om een antwoord op de aanvraag te krijgen?

Antwoord

Om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet eerst en vooral een onderscheid worden gemaakt tussen de nieuwe aanvragen, de aanvragen tot hernieuwing en de aanvragen inzake de regularisatie van de wapenvergunningen.

Voor wat betreft de hernieuwing van de vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens kan verwezen worden naar artikel 48, 2e lid, van de wapenwet. Hierin wordt gesteld dat vergunningen die meer dan vijf jaar voor de inwerkingtreding van deze bepaling werden afgeleverd, vervallen zijn indien de hernieuwing ervan niet uiterlijk op 31 oktober 2008 werd aangevraagd. A contrario betekent dit dat wanneer de hernieuwing van de vergunning tijdig werd aangevraagd, de bestaande vergunning beschouwd mag worden als een geldig document totdat de bevoegde gouverneur een beslissing heeft genomen. Tevens wordt in artikel 48, 4e lid, van de wapenwet bepaald dat artikel 31 van de wapenwet niet van toepassing is op de hernieuwingsaanvragen; de gouverneur is met andere woorden niet gebonden door de in artikel 31 bedoelde termijnen. Hetzelfde principe geldt voor de regularisatieaanvragen. Artikel 44, § 1 en § 2, van de wapenwet voorzien dat, op voorwaarde evenwel dat betrokkene uiterlijk op 31 oktober 2008 de regularisatie van zijn toestand heeft aangevraagd, in afwachting van de beslissing om de vergunning al dan niet af te leveren de aanvraag geldt als voorlopige vergunning. Wanneer we nu de cijfers bekijken, kunnen we vaststellen dat het merendeel van de achterstanden in quasi alle provincies betrekking hebben op deze categorieën. In de praktijk ondervinden de aanvragers dan ook niet zoveel hinder, aangezien de bestaande vergunning en/of de aanvraag tot regularisatie geldt als een legale titel, en ze bijgevolg hun wapens gedurende die tijd gewoon in hun bezit kunnen houden.

De zogenaamde nieuwe aanvragen worden geregeld in artikel 11 van de wapenwet. In deze gevallen kunnen de aanvragers het wapen in kwestie slechts aanschaffen nadat de vergunning ervoor werd toegekend. Voor deze aanvragen heeft de bevoegde gouverneur overeenkomstig artikel 31 van de wapenwet een beperkte termijn om een beslissing te nemen, zijnde vier maanden. Deze termijn kan éénmalig verlengd worden met zes maanden mits motivering. Indien de bevoegde gouverneur niet tijdig een beslissing heeft genomen, kan de betrokkene beroep aantekenen bij de minister van Justitie (de federale wapendienst) zoals voorzien in artikel 30 van de wapenwet. Wat betreft deze nieuwe aanvragen stellen we vast dat in de meeste provincies 80 à 90% van de aanvragen werden afgehandeld, zodat kan worden gesteld dat de achterstand voor deze categorie zo goed als volledig is weggewerkt. Conclusie: Wanneer wordt gekeken naar alle nog te behandelen aanvragen, dan moet er inderdaad nog een achterstand worden weggewerkt. De achterstand is in alle provincies min of meer vergelijkbaar. Maar zoals hierboven reeds werd aangegeven, moeten deze gegevens worden genuanceerd en in de juiste context worden geplaatst. Het voornoemde onderscheid is dan ook van belang bij de beoordeling van uw vraag.

Commentaar

In de mate dat dit nog nodig was, stelt de minister van Justitie de houders van "oude" wapenvergunningen gerust. Wie tijdig, dus voor 31 oktober 2008, een hernieuwing had gevraagd van zijn "oude" vergunning (afgegeven voor 9 juni 2001) kan op beide oren slapen. Deze persoon is in orde en ondervindt geen nadeel van de lange wachttijd voor hij zijn nieuw document ontvangt.

De provinciale wapendiensten geven terecht prioriteit aan nieuwe vergunningsaanvragen. Daar wordt hen immers in de wapenwet een termijn opgelegd van vier maanden waarbinnen ze moeten beslissen. Zoals de minister opmerkt, lukt dit ook in de meeste gevallen. Als de termijn overschreden wordt, is dit vaak het gevolg van de trage opvolging bij de lokale politie (die wachten met hun adviezen) of kan dit ook aan de aanvrager te wijten zijn die zijn dossier onvolledig heeft ingediend.