De wapenhandelaars- en verzamelaars hebben veel kritiek op de omzendbrief van 29 oktober 2010 over de toepassing van de wapenwetgeving, en inzonderheid op het punt betreffende de wapenbeurzen. Zij stellen meer bepaald dat de tekst welomschreven en te dwingende onderrichtingen bevat waardoor het niet meer mogelijk is om te goeder trouw wapenbeurzen te organiseren. Vrij verkrijgbare wapens mogen voortaan alleen nog mits toestemming van de Federale Overheidsdienst Justitie op wapenbeurzen worden verkocht. Alle aanvragen tot organisatie van wapenbeurzen worden door de federale wapendienst nauwkeurig onderzocht, waarbij onder meer het advies ingewonnen wordt van de lokale politie van de woonplaats van de organisatoren. De wapenhandelaars geloven dat de handel in vrij verkrijgbare wapens op openbare plaatsen in België door de omzendbrief zal doodbloeden, omdat buitenlandse verkopers én kopers, de belangrijkste deelnemers aan dergelijke evenementen, erdoor zullen worden afgeschrikt. Er wordt dan ook gevreesd voor de ineenstorting van een volledig segment van de wapenhandel, met alle gevolgen van dien voor de mensen die er hun brood mee verdienen.
1. Om welke redenen werd er zo een dwingende omzendbrief uitgevaardigd?
2. Is het u bekend dat de wapenhandelaars en -verzamelaars die deelnemen aan dit soort handelsactiviteiten op openbare plaatsen, zoals wapenbeurzen, misnoegd zijn?
3. Werden de reële gevolgen van deze bepalingen over de toepassing van de wapenwetgeving en de wapenverkoop geëvalueerd, of zal dat nog gebeuren?
4. Behoort een versoepeling van de voorschriften in de omzendbrief, in functie van de bevindingen van die evaluatie, tot de mogelijkheden?
1. De bedoeling van de omzendbrief van 29 oktober 2010 op het vlak van wapenbeurzen was te voorzien in gemeenschappelijke regels toepasbaar op alle personen die een rol spelen ter gelegenheid van die beurzen, zodat de organisatie ervan op het hele grondgebied omkaderd en op dezelfde manier plaatsvindt. De noodzaak de wapenbeurzen te omkaderen is met name gebleken na de vaststelling van veel misbruiken. Hierbij vernoemen we vooral de verkoop van wapens door buitenlanders die van de weinig omkaderde Belgische beurzen profiteerden om hun koopwaar op de markt te brengen aan zeer concurrentiële en soms te lage prijzen, wat voor ongenoegen zorgde bij heel wat Belgische wapenhandelaars. Verder werden die verkopen niet aangegeven en vonden er vele verdachte transacties plaats. Veel buitenlanders profiteerden ook van de gelegenheid om zich wapens aan te schaffen die in hun land vergunningsplichtig zijn. Een nieuwe procedure voor de beurzen werd dus ontwikkeld in de omzendbrief, na overleg met de Proefbank voor vuurwapens te Luik, met de voor in- en uitvoer van wapens bevoegde gewesten en met de politie, om het hoofd te bieden aan de verschillende misbruiken die werden vastgesteld door de overheid. Zo is het attest van vrij verkrijgbaar wapen een middel dat werd ontwikkeld om er zeker van te kunnen zijn dat alle vuurwapens, en in het bijzonder die afkomstig uit het buitenland, die op de tafels van de beurzen worden tentoongesteld, inderdaad vrij verkrijgbaar zijn en aldus gecertifieerd door de Proefbank voor vuurwapens te Luik. Dit attest is dus voordelig, zowel voor de deelnemers als voor de politie die de transacties die op beurzen worden gesloten, moet controleren. Verder moeten alle in- of uitgevoerde wapens aan de bevoegde gewesten worden aangegeven, wat toelaat de buitenlandse overheden krachtens de toepasselijke Europese richtlijn te informeren over de transacties die hebben plaatsgehad op Belgisch grondgebied en over de wapens die op hun grondgebied zullen worden ingevoerd. De maatregelen die door de grote omzendbrief worden vooropgesteld moeten niet als rompslomp worden gezien, maar als middelen, identiek voor allen, die helpen de situatie te verduidelijken en te komen tot een grotere transparantie van de verschillende stadia van de organisatie van de beurzen en de transacties die er gesloten worden.
2. Er zijn vergaderingen georganiseerd op initiatief van het Vlaams en Waals gewest, met de betrokken overheden en de beursorganisatoren. Deze laatsten konden daarbij hun opmerkingen maken en ons hun mening te kennen geven over de nieuwe procedure.
3. en 4. Op dit ogenblik is een dergelijke evaluatie niet gepland, maar niets belet ze in de toekomst te organiseren en de omzendbrief dienvolgens aan te passen. De procedure waarin ze voorziet, is ontwikkeld met de bedoeling eenieders taak te vergemakkelijken en te herinneren aan al te vaak genegeerde verplichtingen. Het spreekt voor zich dat als men weerkerende moeilijkheden vaststelt of als de organisatoren of deelnemers blijvende problemen aanklagen, daar rekening mee zal worden gehouden en er maatregelen zullen worden genomen om daaraan een oplossing te bieden.