Feiten
Een wapenbezitter vraagt de hernieuwing van 9 wapenvergunningen, alsook een vergunning voor 12 vroegere "jacht- of sportwapens" (die aanvankelijk via model 6 geregistreerd waren) op 24 januari 2007
Naar aanleiding van een echtelijke twist op 22 juli 2007 vindt een politie interventie plaats. Betrokkene had zijn echtgenote bedreigd met een geladen revolver. Daarnaast werd vastgesteld dat de wapens gewoon in de kleerkast lagen. Bij de tussenkomst wordt ook nog een verboden wapen (karabijn met geluidsdemper) aangetroffen.
Bij de administratieve inbeslagname van de wapens (art. 28, §2 wapenwet), werd louter verwezen naar de nummers van de betrokken PV's, zonder dat het gevaar voor de openbare orde in de beslissing gemotiveerd werd.
Na advies van de procureur des Konings beslist de gouverneur van de Provincie West-Vlaanderen om de vergunningen niet te hernieuwen.
Betrokkene gaat in beroep bij de Federale Wapendienst. Daar wordt het beroep verworpen bij beslissing van 4 september 2008.
Op 5 november 2008 wordt een vordering tot schorsing van tenuitvoerlegging en tot vernietiging ingeleid bij de Raad van State.
Getoetste bepalingen
- artikel 44, tweede lid wapenwet
- artikel 48, vierde lid wapenwet
- artikel 11, §1, tweede lid wapenwet
Middelen
- Schending artikel 28, §2 wapenwet
- Schending van de motiveringsplicht
Beslissing Raad van State
Het eerste middel, afgeleid uit de schending van art. 28, §2 wapenwet wordt onontvankelijk verklaard, vermits dit middel gericht is tegen de beslissing tot administratieve inbeslagname, en niet tegen de beslissing tot weigering en intrekking van de wapenvergunningen.
Het tweede middel, afgeleid uit het schending van de motiveringsplicht, wordt verworpen. De Raad van State oordeelt dat de beslissing voldoende aangeeft welke redenen van openbare orde de beslissing verrechtvaardigen.