RvSt arrest 230.601 dd. 23 maart 2015 - aanvraag passief bezit - laattijdigheid - toch ontvankelijk

Ingediend door NicoD op
Informatie
Rechtscollege
Raad van State
Datum
Samenvatting

Artikelen 11/1 en 11/2 laten de erfgenamen toe om een vergunning voor passief bezit aan te vragen. Dit dient te gebeuren binnen de drie maanden nadat het wapen in bezit gekomen is.

Het gebeurt vaak dan erfgenamen hier te laat zijn. Traditioneel zullen de gouverneurs dan zoveel mogelijk de vergunningsaanvraag als onontvankelijk beschouwen wegens het verstrijken van de termijn.

Eerder besliste de Raad van State dat de termijn van drie maanden begint te lopen vanaf het tijdstip dat de erfgenamen zowel juridisch als feitelijk in het bezit van het wapen zijn. Er is dus vereist dat ze, bijvoorbeeld na de verdeling van de erfenis, definitief het wapen in hun patrimonium verkrijgen.

In een interessant arrest maakt de Franstalige kamer van de Raad van State nog een andere analyse. De termijn van drie maanden is volgens de Raad van State niet voorgeschreven op straffe van onontvankelijkheid. Met andere woorden: de gouverneur dient wel degelijk nog uitspraak te doen over de vergunningsaanvraag.

Zie deze link voor de tekst van het arrest:

 

http://www.raadvanstate.be/Arrets/230000/600/230601.pdf#xml=http://www.raadvanstate.be/apps/dtsearch/getpdf.asp?DocId=27846&Index=c%3a%5csoftware%5cdtsearch%5cindex%5carrets%5ffr%5c&HitCount=2&hits=13+14+&15215720211412